HUISHOUDELIJK- EN WEDSTRIJDREGLEMENT

naar startpagina

HUISHOUDELIJK REGLEMENT

                              Dit huishoudelijk reglement geeft een nadere uitwerking van een aantal artikelen uit de statuten.

COMMISSIES

Artikel 1 Ter uitvoering van de haar opgedragen taken kent het bestuur van de Ugchelse Bridge Club (UBC) tijdelijke en permanente commissies (artikel 13 statuten).

Artikel 2 Ingesteld zijn de volgende permanente commissies, waarbij deze opsomming niet limitatief is :

technische commissie

activiteitencommissie

Artikel 3 Eén persoon kan zitting hebben in meerdere commissies

Artikel 4 Het bestuur heeft met betrekking tot de commissies een controlerende en coördinerende taak, voorzover artikel 13 van de statuten niet van toepassing is.

Artikel 5 De leden van de in artikel 13 van de statuten bedoelde permanente commissies worden benoemd voor een periode van drie jaren door de Algemene Ledenvergadering op aanbeveling van de commissie zelve of het bestuur. De leden treden af volgens een door de commissie op te maken rooster. De aftredende leden zijn terstond herkiesbaar.

Artikel 6 De commissieleden bepalen onderling de functieverdeling.

Artikel 7 Eén lid van de commissie is tevens bestuurslid.

Artikel 8 In tussentijdse vacatures wordt voorzien door het bestuur op aanbeveling van de commissie.

Artikel 9 De commissies stellen jaarlijks een begroting op voor de door haar te ondernemen activiteiten en dienen deze ter goedkeuring in bij het bestuur. Deze commissiebegrotingen maken onderdeel uit van de begroting van de vereniging.

Artikel 10 De commissies beheren binnen de goedgekeurde begrotingen zelf de financiële middelen of treffen hieromtrent een regeling in overleg met de penningmeester van de vereniging.

Artikel 11 De middelen van de commissies zijn middelen van de vereniging.

Artikel 12 De penningmeester van de vereniging controleert het beheer van de financiële middelen als bedoeld in artikel 14 van de statuten.

Artikel 13 Het speelseizoen van de vereniging loopt van 1 september tot en met 30 juni.

Artikel 14 De technische commissie stelt vóór aanvang van het seizoen een wedstrijdkalender op en brengt deze, na goedkeuring door het bestuur, ter kennis van de leden.

Artikel 15 De technische commissie stelt een wedstrijdreglement op ten behoeve van de te houden speelavonden. Het wedstrijdreglement c.q. een wijziging daarin wordt door het bestuur vastgesteld.
Het wedstrijdreglement wordt aan alle leden verstrekt.

Artikel 16 De wedstrijdleider regelt de gang van zaken tijdens de speelavonden. Hij kan zich laten bijstaan door één of meerdere assistenten.

Artikel 17 Protesten tegen beslissingen van de wedstrijdleider of diens assistenten worden behandeld door het bestuur.
De uitspraak van het bestuur in deze is bindend.

 

ALGEMEEN

Artikel 18 De Algemene Ledenvergadering wordt tenminste vier weken tevoren aangekondigd; daarbij wordt melding gemaakt van eventuele bestuursvacatures waarvoor (tegen)kandidaten zich kunnen melden. Bij spoedeisende ledenvergaderingen kan van deze termijn worden afgeweken.
De leden krijgen uiterlijk één week vóór de vergadering de agenda, zonodig vergezeld van achterliggende stukken waarvan het wenselijk is dat de leden deze voor de vergadering kunnen lezen. Financiële stukken liggen gedurende één week voor de vergadering ter inzage bij de penningmeester en de secretaris en worden onmiddellijk voorafgaand aan de vergadering ter kennis van de leden gebracht.

Artikel 19 In zaken waarin noch de statuten noch het huishoudelijk reglement voorzien beslist het bestuur.

Artikel 20 Het huishoudelijk reglement alsmede wijziging ervan wordt vastgesteld door de Algemene Ledenvergadering.

 

Aldus gewijzigd vastgesteld in de Algemene Ledenvergadering op 18 februari 1999.

 

 

 

WEDSTRIJDREGLEMENT

1. Programma
Het seizoen begint de eerste donderdag van september en eindigt de laatste donderdag in mei. Per seizoen wordt er één parencompetitie gespeeld, bestaande uit 5 of 6 competitieronden. Elke competitieronde bestaat als regel uit minimaal 6 zittingen. Daarenboven worden er omstreeks Kerstmis en Pasen speciale drives gespeeld.
Het totale programma wordt de leden aan het begin van het seizoen ter hand gesteld. De Technische Commissie (TC) kan, indien zij daar aanleiding voor vindt, van het gepubliceerde programma afwijken.

2. Absenties

2.1. Verhinderingen dienen zoveel mogelijk kenbaar te worden gemaakt op de verhinderinglijst die tijdens de speelavonden op het publicatiebord is opgehangen. Telefonische verhinderingen moeten vóór 16.00 uur van de speeldag worden opgegeven bij de Wedstrijdleider (WL).

2.2. Indien men verzuimt zich af te melden wordt een score toegekend van het eigen gemiddelde met een maximum van 30 %

2.3. Is men, met in achtneming van de afmeldregels, absent dan krijgt men als score bij de eerste absentie van een competitieronde het eigen gemiddelde met een maximum van 50 %; bij de tweede absentie het eigen gemiddelde met aftrek van 2,5 %`met een maximum van 50 % , bij de derde absentie het eigen gemiddelde met aftrek van 5 % met een maximum van 50 % .

3. Scorebepalingen bij het spelen met een invaller

3.1. Indien twee leden, spelend in een zelfde lijn (speelgroep), een paar vormen voor een zitting, terwijl hun eigen partner absent is, dan geldt de behaalde score voor beide paren.

3.2. Indien twee leden, spelend in een verschillende lijn, een paar vormen voor een zitting, terwijl hun eigen partner absent is, worden zij in principe ingedeeld in de hoogste van de twee lijnen. Voor aanvang van de zitting dient men aan de WL kenbaar te maken of men wil spelen voor het eigen gemiddelde met een maximum van 50 %. Indien hierover niets aan de WL wordt meegedeeld wordt men geacht te spelen voor de te behalen score. Aan een speler die in een hogere lijn speelt wordt een bonuspercentage van 2,5% toegekend.

3.3. Indien een lid met een niet-lid als invaller speelt, dient men voor aanvang van de zitting aan de WL kenbaar te naken of men wil spelen voor het eigen gemiddelde met een maximum van 50 %. Indien hierover niets aan de WL wordt meegedeeld wordt men geacht te spelen voor de te behalen score. Op grond van de speelsterkte van de invaller kan de TC besluiten aan de behaalde score een maximum van 55 % te verbinden en/of bij de indeling van het aldus gevormde paar met de sterkte rekening te houden.

4. Overige algemene bepalingen

4.1. Dit wedstrijdreglement (WR) is gebaseerd op de spelregels voor wedstrijdbridge en het WR van de Nederlandse Bridge Bond (NBB). In dit reglement van het WR van de NBB afwijkende bepalingen prevaleren.

4.2. Als men meer dan de helft van het aantal zittingen in één competitieronde niet speelt degradeert men automatisch. In één competitie kan een paar, mits gevraagd vóór aanvang van die competitieronde, in verband met verwachte absentie % van meer dan 50 %, de TC verzoeken ontheffing te verlenen van de in vorige zin genoemde automatische degradatie. Dit verzoek kan slechts éénmaal per competitie worden gedaan. Het betreffende paar wordt in die competitieronde niet in de competitie ranglijst opgenomen.

4.3. Speeltijd

4.3.1. Per 4 spellen krijgt men 30 minuten speeltijd. Middels een signaal van de tijdklok wordt aangegeven dat men in die speelronde nog 5 minuten speeltijd heeft. Zonder toestemming van de WL mag dan niet meer worden aangevangen met een nieuw spel. Overtreding kan worden gestraft (zie 6).

4.3.2. Het naspelen van spellen wordt niet toegestaan. Indien een spel niet binnen de vastgestelde tijd kan worden gespeeld wordt dat spel aangemerkt als "Niet Gespeeld".

4.4. Een nieuw paar wordt als regel in de laagste lijn ingedeeld tenzij indeling in een hogere lijn door de TC wenselijk wordt geacht.

4.5. Bij verbreken van een partnership, waarbij beide spelers met een andere persoon een bridgepaar vormen, zal degene, die het partnership heeft verbroken, als regel in een lagere lijn worden ingedeeld.



5. Competitie

5.1. De samenstelling van de competitiegroepen voor de eerste competitieronde van een seizoen geschiedt door de TC, zoveel mogelijk op basis van de in de laatste competitieronde van het vorig seizoen behaalde resultaten.

5.2. Promotie/Degradatie

5.2.1. Indien in enige lijn het aantal paren 16 of meer bedraagt, terwijl in de lagere lijn dat aantal eveneens minimaal 16 is, degraderen c.q. promoveren de vier laagst c.q. hoogst geklasseerde paren.

5.2.2. Indien het aantal paren in één van de lijnen kleiner is dan 16 degraderen c.q. promoveren de drie laagst c.q. hoogst geklasseerde paren.

5.2.3. Indien een promotiepaar wil afzien van het verworven promotierecht, kan dat paar dat verzoeken aan de TC. Als dat verzoek wordt toegestaan blijft van de regulier te degraderen c.q. te promoveren paren de hoogst geëindigde in de hogere lijn gehandhaafd en promoveert uit de lagere lijn één paar minder. Per competitie (speelseizoen) kan door een paar een dergelijk verzoek slechts éénmaal worden gedaan.

6. Arbitrage / Straffen

6.1. Bij elke onregelmatigheid moet de arbiter worden ontboden. Op enigerlei wijze zelf herstellen van vermeende onregelmatigheden is niet toegestaan.

6.2. De belangrijkste straffen, uitgedrukt in % van de top van een spel, zijn:

6.2.1. een waarschuwing bij de eerste maal tijdsoverschrijding; bij elke volgende tijdsoverschrijding geldt een straf van 25 % voor beide paren. De straf wordt beperkt tot één der paren als, naar oordeel van de arbiter, de schuld van de vertraging in hoofdzaak ligt bij dat paar. Spelers die menen dat hun tegenstanders te langzaam spelen en de oorzaak zijn van tijdsoverschrijding dienen de arbiter te waarschuwen.

6.2.2. een straf van 10 % voor beide paren indien men na het betreffende signaal alsnog, zonder toestemming van de WL, met een nieuw spel in die speelronde is aangevangen.

6.2.3. een straf van 25 % indien men, na het signaal voor aanvang van een nieuwe ronde, zonder toestemming van de WL, nog bezig is met een spel uit de vorige ronde.

6.2.4. een straf van 25 % voor het niet correct terugstoppen van de speelkaarten in het juiste vak van het speelbord. De straf geldt beide paren tenzij, naar oordeel van de arbiter, het schuldige paar duidelijk aanwijsbaar is.

7. Verantwoording

7.1. De verantwoording voor de juiste uitvoering van dit reglement berust bij het bestuur.

7.2. Bezwaren tegen vermeend onjuist uitvoeren van dit reglement kunnen worden ingediend bij het bestuur, dat, mede gehoord hebbende de arbiter, op het bezwaar beslist.

7.3. In alle gevallen, waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.